Rechtbank Limburg 2026-03-04 — Civiel recht; Verbintenissenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Limburg (zittingsplaats Maastricht), 4 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2021, zaaknummer C/03/331515 / HA ZA 24-271, bodemzaak. Kernvraag — Heeft eisende partij haar non-conformiteitsvordering jegens de verkoper van de woning door stille cessie overgedragen aan haar eigen koper, en is zij daardoor niet-ontvankelijk in de onderhavige procedure? Feiten — Gedaagden hebben in 1993 een woning laten bouwen (gefundeerd op palen) en in 2001 een aanbouw laten realiseren met een fundering op staal. In 2007 hebben zij de woning verkocht aan eisende partijen; de levering vond plaats op 16 januari 2009. Eisende partijen verkochten de woning op 19 mei 2021 aan een derde (hierna: de koper); de levering vond plaats op 1 oktober 2021. Artikel 9 van de leveringsakte aan de koper bepaalde dat alle aanspraken die de verkoper ten aanzien van het verkochte op derden heeft of mocht verkrijgen, overgaan op de koper. Na de levering bleek de fundering van de aanbouw ernstig te zijn aangetast door uitspoeling van grond als gevolg van een lekkende riolering, hetgeen heeft geleid tot verzakking. Op 22 oktober 2023 sloten eisende partijen en de koper een vaststellingsovereenkomst waarbij eisende partijen non-conformiteit erkenden en € 75.000,- betaalden. Bij brief van 4 april 2023 had eisende partijen gedaagden aansprakelijk gesteld. Overwegingen — De rechtbank beoordeelt primair het ontvankelijkheidsverweer van gedaagden, inhoudende dat eisende partijen de non-conformiteitsv…