ECLI:NL:RBDHA:2022:5724

Rechtbank Den Haag 2022-06-15 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Den Haag (zittingsplaats 's-Hertogenbosch), meervoudige kamer, 15 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5724, zaaknummer NL22.6989; verwijzingsuitspraak (prejudiciële verwijzing naar het Hof van Justitie van de Europese Unie). Kernvraag — Is het interstatelijk vertrouwensbeginsel bij de toepassing van de Dublinverordening deelbaar, in die zin dat ernstige en stelselmatige schendingen van grondrechten door de mogelijk verantwoordelijke lidstaat vóór overdracht en jegens derdelanders in het algemeen buiten beschouwing kunnen blijven bij de beoordeling van de rechtmatigheid van een overdrachtsbesluit? Zo nee, welke gevolgen hebben dergelijke schendingen voor de bewijslastverdeling, de bewijsmaatstaf en de mogelijkheid om van overdracht af te zien? Feiten — Eiser, een Syrische onderdaan, diende op 9 november 2021 een verzoek om internationale bescherming in Polen in en reisde op 21 november 2021 Nederland in. Hij verklaarde driemaal door Poolse autoriteiten te zijn gepusht naar Belarus; pas na de vierde inreis kon hij een asielverzoek indienen. Na het indienen werd hij volgens zijn verklaring ca. één week gedetineerd onder slechte omstandigheden. Nederland verzocht Polen op 20 januari 2022 tot terugname op grond van art. 18 lid 1 onder b Dublinverordening; Polen accepteerde op 1 februari 2022 op grond van art. 18 lid 1 onder c. Bij besluit van 20 april 2022 nam verweerder het asielverzoek niet in behandeling wegens de verantwoordelijkheid van Polen. De voo…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken