ECLI:NL:RVS:2024:3455

Raad van State 2024-09-04 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 4 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3455, zaaknummer 202402084/1/V3, hoger beroep. Kernvraag — Mag de minister bij toepassing van de Dublinverordening voor Polen uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, gelet op door de vreemdeling gestelde pushbacks vanuit Polen naar Belarus? En had de rechtbank, nadat zij het overdrachtsbesluit vernietigde wegens een motiveringsgebrek, de rechtsgevolgen in stand moeten laten op grond van de nadere motivering die de minister in beroep heeft gegeven? Feiten — De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit en verklaarde dat hij vanuit Belarus driemaal Polen probeerde in te reizen maar telkens werd teruggestuurd (pushback). Bij zijn vierde poging verzocht hij om internationale bescherming in Polen; vervolgens diende hij in Nederland een asielaanvraag in. De minister nam die aanvraag niet in behandeling omdat hij Polen op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk achtte. In het besluit van 20 april 2022 ging de minister niet in op de verklaringen die de vreemdeling in het aanmeldgehoor over zijn ervaringen in Polen had afgelegd. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een motiveringsgebrek en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen; zij liet de rechtsgevolgen niet in stand, ook al had de minister in het verweerschrift en op zitting alsnog een inhoudelijke motivering gegeven. Overwegingen — De Afdeling vult haar eerdere toetsingskader uit de uitsprake…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken