ECLI:NL:RBDHA:2019:6310

Rechtbank Den Haag 2019-06-19 — Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Den Haag, 19 juni 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:6310, zaaknummer C/09/549934 / HA ZA 18-318, bodemzaak eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Tot welk bedrag moet de vervangende schadevergoeding worden begroot die BBO verschuldigd is wegens het niet nakomen van haar verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst, en in hoeverre slagen de verweren van BBO betreffende gewijzigde situatie, beperkte aanneemsom, oud-voor-nieuw-korting en verrekening? Feiten — BBO heeft een verbouwing uitgevoerd aan de woning van eiser. In een eerder tussenvonnis (14 november 2018) is geoordeeld dat BBO ten aanzien van een reeks gebreken toerekenbaar tekortgeschoten is en dat eiser aanspraak heeft op vervangende schadevergoeding. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de omvang van de schade. Eiser heeft twee offertes overgelegd (Maatwerk: € 20.064,17 incl. btw; Orveca: € 19.457,93 incl. btw) en vordert het gemiddelde van € 19.761,05. BBO heeft een eigen begroting laten opstellen door calculator [A], die uitkomt op € 9.554,39 incl. btw. Overwegingen — De stelplicht en bewijslast van de omvang van de schade liggen bij eiser (r.o. 2.5). De rechtbank beoordeelt per gebrek de drie begrotingen tegen elkaar af. Voor de gebreken waarbij Maatwerk en Orveca tot nagenoeg gelijke bedragen komen, heeft eiser de schade voldoende onderbouwd. Van BBO mag dan een concrete toelichting worden verwacht waarom de geschatte bedragen te hoog zijn; het enkele alge…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken