ECLI:NL:RBAMS:2025:9845

Rechtbank Amsterdam 2025-12-10 — Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Amsterdam, 10 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:9845, zaaknummer C/13/765260 / HA ZA 25-682, bodemzaak eerste aanleg. Kernvraag — Heeft de ING Bank haar zorgplicht geschonden door niet op zaterdag 31 augustus 2019 actie te ondernemen nadat de rekeninghouder meldde dat hij mogelijk was opgelicht, en is de bank daardoor aansprakelijk voor het verlies van € 47.500,-? Feiten — Eiser maakte op vrijdag 30 augustus 2019, na de cut-off-time voor internationale betalingen, € 47.500,- over naar een Ierse bankrekening van een oplichter. Het bedrag werd direct van zijn rekening afgeschreven en naar een clearinginstelling verzonden. Eiser stelt op zaterdag 31 augustus 2019 de ING Bank te hebben gebeld en haar te hebben verzocht de betaling te blokkeren; de ING Bank betwist dit en stelt dat hij pas op maandag 2 september 2019 belde. Op maandag 2 september 2019 verstuurde de ING Bank een SEPA Recall-verzoek aan de Ierse bank. De Ierse bank reageerde pas een maand later en berichtte in februari 2020 dat het geld inmiddels van de rekening was opgenomen. Overwegingen — De rechtbank stelt in r.o. 4.1 vast dat sprake is van een toegestane betaalopdracht in de zin van art. 7:522 BW. Op grond van art. 7:534 lid 1 BW kan een toegestane betaalopdracht vanaf het moment van ontvangst niet meer worden herroepen; art. 7:533 lid 4 BW verplicht de bank de opdracht uit te voeren. In r.o. 4.3–4.4 overweegt de rechtbank dat het bedrag direct na het geven van de opdracht op vri…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken