ECLI:NL:HR:2025:1685

Hoge Raad 2025-11-14 — Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad 14 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1685, zaaknummer 24/00883, cassatie. Kernvraag — Kan de verjaring van een rechtsvordering tot ontbinding van een overeenkomst wegens tekortkoming worden gestuit door een schriftelijke mededeling als bedoeld in art. 3:317 lid 1 BW, dan wel valt die vordering uitsluitend onder het stuitingsregime van art. 3:317 lid 2 BW? Feiten — Carigna is in een schadestaatprocedure jegens een derde onherroepelijk veroordeeld tot betaling van ruim € 3,8 miljoen wegens schending van een voorkeursrecht. Zij verwijt haar toenmalige advocatenkantoor ([verweerster 1] en [de advocaat]) dat bepaalde verweren te laat zijn aangevoerd. Bij brief van 14 maart 2013 stelde Carigna verweerders aansprakelijk; bij brief van 8 maart 2018 — aangeduid als stuiting ex art. 3:317 BW — herhaalde zij haar aanspraken en maakte zij tevens aanspraak op "vergoeding c.q. terugbetaling" van de gemaakte juridische kosten. In de onderhavige procedure vorderde Carigna naast schadevergoeding ook ontbinding van de overeenkomst van opdracht en terugbetaling van het honorarium. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de brief van 8 maart 2018, noch de daarin genoemde brief van 14 maart 2013, redelijkerwijs door verweerders behoefde te worden begrepen als een voorbehoud van het recht op ontbinding; de context wees op een schadevergoedingsaanspraak, en ontbinding was voor terugbetaling van juridische kosten niet vereist. Nu Carigna in elk geval op 14 maart 2013 bekend…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken