ECLI:NL:HR:2022:1252

Hoge Raad 2022-09-27 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad (strafkamer), 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252, zaaknummer 22/00703 CW, cassatie in het belang van de wet (procesafspraken-arrest). Kernvraag — Onder welke voorwaarden zijn procesafspraken tussen het openbaar ministerie en de verdediging — in de vorm van een gezamenlijk afdoeningsvoorstel over bewezenverklaring en/of straftoemeting — verenigbaar met het wettelijk stelsel van strafvordering en met artikel 6 EVRM, en welke toetsing moet de strafrechter daarbij verrichten? Feiten — De rechtbank Limburg veroordeelde verdachte op 9 december 2021 voor onder meer medeplegen van brandstichting, heling en overtreding van de Wet wapens en munitie tot 150 dagen gevangenisstraf met aftrek, overeenkomstig een tussen officier van justitie en verdediging tot stand gekomen afdoeningsvoorstel. Onderdeel van dat voorstel was dat werd afgezien van het horen van een nog te horen getuige, dat de vorderingen van de benadeelde partijen via beslag in de zaak van een medeverdachte zouden worden voldaan, en dat geen hoger beroep zou worden ingesteld. Verdachte was niet ter zitting verschenen; zijn gemachtigde raadsvrouw bevestigde de instemming. De procureur-generaal stelde cassatie in het belang van de wet in. Overwegingen — De Hoge Raad stelt voorop dat het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht geen algemene op procesafspraken toegesneden regeling bevatten, maar dat het stelsel van strafvordering zich er niet tegen verzet dat openbaar ministe…