Hoge Raad 2017-07-04 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad der Nederlanden, 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1016, zaaknummer 16/02161, cassatie (strafkamer). Kernvraag — Mogen voor het bewijs gebruikte belastende verklaringen van een getuige die zich bij de rechter-commissaris en raadsheer-commissaris op haar verschoningsrecht heeft beroepen, bijdragen aan een bewezenverklaring, en wordt daarmee het ondervragingsrecht van art. 6 lid 3 onder d EVRM geschonden? Feiten — Verdachte is veroordeeld wegens gewapende woningoverval (diefstal met geweld) in Rotterdam op 11 juli 2011. Het bewijs berust mede op de belastende politieverklaringen van medeverdachte [betrokkene 1], die stelde dat verdachte het idee had bedacht om het slachtoffer te bewegen de deur te openen via een nep-pizzabestelling, en dat verdachte vlak voor de overval telefonisch contact onderhield met de organisator. Bij de rechter-commissaris en de raadsheer-commissaris beriep [betrokkene 1] zich op haar verschoningsrecht, zodat de verdediging haar niet kon ondervragen. Telecomgegevens bevestigen dat verdachte in de uren vóór de overval meermalen belde met het telefoonnummer dat in gebruik was bij medeverdachte [betrokkene 2], die zich rond het tijdstip van de overval in de nabije omgeving van het verblijfadres van het slachtoffer bevond. Oordeel hof — Het hof achtte de verklaringen van [betrokkene 1] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Het ondervragingsrecht was weliswaar niet effectief kunnen worden uitgeoefend doordat [betrokkene 1] zich…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken