ECLI:NL:HR:2015:874

Hoge Raad 2015-04-10 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:874, zaaknummer 14/01189, cassatie. Kernvraag — Heeft het hof terecht geoordeeld dat de inspecteur heeft voldaan aan zijn verplichting tot overlegging van op de zaak betrekking hebbende stukken (art. 8:42 lid 1 Awb), en heeft het hof de aftrek van voorbelasting op juiste gronden geweigerd op de grond dat de auto's niet aan de BV zijn geleverd? Feiten — Belanghebbende is een fiscale eenheid die onder meer een autobedrijf (de BV) omvat. In de periode 20 januari 2009 tot en met 7 december 2010 heeft de BV facturen van [B] in haar administratie opgenomen ter zake van leveringen van auto's en de daarop vermelde omzetbelasting als voorbelasting in aftrek gebracht. Uit een FIOD-onderzoek concludeerde de inspecteur dat de auto's in werkelijkheid niet aan de BV zijn geleverd en dat de BV wist dan wel had moeten weten dat zij deelnam aan btw-fraude. Op die gronden is een naheffingsaanslag opgelegd. Het hof oordeelde dat alle relevante FIOD-stukken waren overgelegd en dat de auto's niet aan de BV waren geleverd. Oordeel hof — Het hof heeft geoordeeld dat de inspecteur heeft voldaan aan zijn inbrengverplichting, mede op grond van een ter zitting door belanghebbende afgelegde verklaring dat de FIOD-stukken waarvan overlegging was verzocht niets nieuws bevatten. Voorts heeft het hof op basis van de analyse van de rechtbank en de door de directeur van de BV tegenover de FIOD afgelegde verklaringen geoordeeld dat de auto's niet…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken