ECLI:NL:HR:2015:3018

Hoge Raad 2015-10-09 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3018, zaaknummer 15/00378, prejudiciële beslissing. Kernvraag — Heeft het instellen van een collectieve actie op de voet van art. 3:305a BW stuitende werking op de voet van art. 3:316 BW ten aanzien van de verjaring van de bevoegdheid van individuele echtgenoten tot buitengerechtelijke vernietiging van effectenleaseovereenkomsten krachtens art. 1:89 BW? En zo ja: kan een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring die vóór het verstrijken van de zes-maandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW is uitgebracht, gelden als het instellen van een nieuwe eis in de zin van die bepaling? Feiten — Appellant heeft op 13 oktober 2000 een effectenleaseovereenkomst gesloten met een rechtsvoorgangster van Dexia, zonder toestemming van zijn echtgenote. Bij dagvaarding van 13 maart 2003 stelden de Stichting Eegalease en de Consumentenbond een collectieve actie in, strekkende tot een verklaring voor recht dat art. 1:88 en 1:89 BW op de Dexia-leaseovereenkomsten van toepassing zijn en dat bepaalde overeenkomsten vernietigd zijn of vernietigbaar zijn. De collectieve actie eindigde door een schikking (de Duisenberg-regeling), vastgelegd in een WCAM-overeenkomst die op 25 januari 2007 verbindend werd verklaard; appellant heeft tijdig een opt-out-verklaring uitgebracht. De echtgenote van appellant heeft bij brief van 2 februari 2005 de leaseovereenkomst buitengerechtelijk vernietigd op grond van art. 1:89 BW. Dexia betwistte de geldigheid…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken