Hoge Raad 2013-10-15 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963, zaaknummer 12/00655, cassatie. Kernvraag — Wanneer is het bestanddeel 'voorbedachte raad' in de zin van art. 289 Sr voldoende gemotiveerd bewezen, en welke eisen gelden daarvoor in het bijzonder bij een tweede steekbeweging die korte tijd na een eerste, in ogenblikkelijke gemoedsopwelling begane steekbeweging plaatsvindt? Feiten — Op 25 januari 2010 stak verdachte het slachtoffer ([betrokkene 1]), eigenaar van een snackbar te Rotterdam, met een zakmes in de hals tijdens een verbale ruzie. Ongeveer 50 seconden later liep verdachte, vanuit een kort ogenblik van relatieve rust, opnieuw op het slachtoffer af en maakte hij een tweede stekende beweging naar diens hals; het mes viel daarna uit zijn hand. De eerste steekbeweging raakte het slachtoffer en veroorzaakte een wond van circa 8 cm, gehecht met vijf hechtingen. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de eerste steekbeweging in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling was gezet en vrijsprak van voorbedachte raad voor dat onderdeel. Ten aanzien van de tweede steekbeweging achtte het hof voorbedachte raad wél bewezen: de circa 50 seconden tussen beide incidenten hadden verdachte voldoende tijd geboden om zich te beraden, terwijl hij bovendien zelf vanuit een rustige positie op het slachtoffer was afgelopen en niet had gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Het hof veroordeelde verdachte mede op grond van poging tot moord. Overwegingen — De Hoge Raad herh…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken