ECLI:NL:HR:2012:BW4986

Hoge Raad 2012-07-13 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW4986, zaaknummer 11/02039, cassatie. Kernvraag — Dient de rechter bij de toepassing van de matigingsmaatstaf van art. 6:94 lid 1 BW een verfijning aan te brengen voor gevallen waarin een boetebeding wordt ingeroepen in een koopovereenkomst gesloten tussen particulieren, en had het hof in dat kader meer gewicht moeten toekennen aan de persoonlijke financiële omstandigheden van de tekortschietende kopers? Feiten — Eind augustus 2007 kochten eisers een woning voor € 210.000,-, op basis van de NVM-modelkoopakte. De akte bevatte een financieringsvoorbehoud (uiterste datum 18 september 2007) en een boetebeding van € 21.000,- (10% van de koopsom) bij toerekenbare tekortkoming. Nadat Rabobank de hypotheekaanvraag al eind augustus 2007 had afgewezen, lieten eisers het financieringsvoorbehoud ongebruikt verstrijken. Zij slaagden er evenmin in elders financiering te verkrijgen, zodat de levering op 29 oktober 2007 niet plaatsvond. Verweerders ontbonden de overeenkomst en incasseerden de boete via de door eisers gestelde bankgarantie. Eisers waren op grond van een afbetalingsregeling van € 300,- per maand gehouden dit bedrag aan Nationale Borg terug te betalen; hun gezamenlijk netto maandinkomen bedroeg gemiddeld € 2.775,-. Oordeel hof — Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. De tekortkoming was aan eisers toerekenbaar; het niet verkrijgen van financiering komt voor hun risico, temeer nu zij het financieringsvoor…