ECLI:NL:HR:2004:AO9905

Hoge Raad 2004-07-06 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 6 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9905, zaaknummer 02587/03, cassatie. Kernvraag — Vereist een bewezenverklaring bij medeplegen dat daarin wordt vermeld welke feitelijke handelingen de verdachte zelf heeft verricht, dan wel zijn mededaders? En moeten de bewijsmiddelen uitwijzen dat de verdachte de in de bewezenverklaring opgenomen uitvoeringshandelingen zelf heeft verricht? Feiten — Verdachte is door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor onder meer het medeplegen van de uitvoer van MDMA-pillen, diefstal met braak van 23 kilo weed en diefstal met bedreiging van 225 kilo hasj. Het hof stelde vast dat verdachte een sturende rol had, anderen aanzette tot de feiten en betrokken was bij het bedenken, begeleiden en afhandelen daarvan, zonder dat hij zelf de uitvoeringshandelingen verrichtte. In cassatie klaagde verdachte dat de bewezenverklaringen — die steeds de formule "tezamen en in vereniging met zijn mededaders" bevatten, gevolgd door beschrijvingen van concrete uitvoeringshandelingen — impliceren dat hij die handelingen zelf heeft verricht, hetgeen niet uit de bewijsmiddelen kon volgen. Oordeel hof — Het hof bewezenverklaarde telkens het medeplegen, waarbij het met de woorden "tezamen en in vereniging met zijn mededaders" tot uitdrukking bracht dat verdachte en zijn mededaders zo nauw en volledig hebben samengewerkt dat ieder aansprakelijk is voor de daden die ook zijn mededaders hebben verricht. Het hof…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken