ECLI:NL:CRVB:2026:933

Centrale Raad van Beroep 2026-07-16 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 16 juli 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:933, zaaknummer 24/1716 WMO15, hoger beroep. Kernvraag — Heeft appellante de medewerkingsverplichting van art. 2.3.8 lid 3 Wmo 2015 geschonden door niet mee te werken aan een huisbezoek dat de rechtbank noodzakelijk had geacht in het kader van nader onderzoek naar haar aanvraag om maatwerkvoorzieningen? Feiten — Appellante (geboren 1969) heeft bij het college van Aalten aanvragen ingediend voor maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015, waaronder liggend vervoer, en voor bijzondere bijstand. Het college heeft bij bestreden besluit van 5 juli 2022 een tegemoetkoming van € 3.000,- in vervoerskosten toegekend tot 1 juli 2023, maar de overige aanvragen afgewezen. In de beroepsprocedure oordeelde de rechtbank dat nader onderzoek noodzakelijk was en droeg het college op een huisbezoek af te leggen met inachtneming van het stappenplan uit de uitspraak van de Raad van 21 maart 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:819). Toen het college op 15 januari 2024 contact opnam voor het maken van een afspraak, liet appellante weten dat zij onmogelijk nog een huisbezoek kon ontvangen. De rechtbank heeft het beroep vervolgens ongegrond verklaard en het gebrek in het bestreden besluit gepasseerd met toepassing van art. 6:22 Awb, omdat appellante de medewerkingsverplichting had geschonden. Overwegingen — De Raad stelt in r.o. 4.1 vast dat het geschil in hoger beroep zich beperkt tot de vraag of appellante de medewerkingsverpli…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken