ECLI:NL:CRVB:2016:5115

Centrale Raad van Beroep 2016-12-27 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 27 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:5115, zaaknummer 16/700 WWB, hoger beroep. Kernvraag — Heeft het college terecht geweigerd terug te komen van het besluit tot toekenning van aanvullende bijstand over 1995-1997, op de grond dat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd als bedoeld in art. 4:6 lid 1 Awb? Feiten — Appellant ontving van 1 maart 1995 tot 4 maart 1997 aanvullende bijstand ingevolge de Abw in aanvulling op een gedeeltelijke WAO-uitkering. Na beëindiging van de bijstand wegens vertrek naar een andere gemeente zijn de toekennings- en beëindigingsbesluiten onherroepelijk geworden. Appellant stelde dat bij de betaling van zijn WAO-uitkering de beslagvrije voet niet was gerespecteerd, wendde zich eerst tot het Uwv en vroeg bij brief van 30 juli 2014 het college zijn eerdere bijstandsbesluit te herzien en aanvullende bijstand na te betalen. Het college wees dit verzoek af; de rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond. Overwegingen — De Raad stelt in r.o. 4.3 vast dat het verzoek van appellant kwalificeert als een herhaalde aanvraag in de zin van art. 4:6 lid 1 Awb. In r.o. 4.4 past de Raad de op 20 december 2016 gewijzigde rechtspraak toe (ECLI:NL:CRVB:2016:4872): de bestuursrechter toetst of het bestuursorgaan zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd. In r.o. 4.6 overweegt…