ECLI:NL:CRVB:2015:1

Centrale Raad van Beroep 2015-01-14 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep 14 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1, zaaknummer 12/6324 WAJONG-T, tussenuitspraak met toepassing van de bestuurlijke lus (art. 21 lid 6 Beroepswet). Kernvraag — Hoe moet een herhaalde aanvraag om een Wajong-uitkering na een eerdere in rechte onaantastbare afwijzing door het Uwv en door de bestuursrechter worden beoordeeld wanneer de aanvraag (mede) ziet op de toekomst, en welke betekenis heeft daarbij art. 4:6 Awb? Feiten — Appellant, geboren in 1982 en lijdend aan epilepsie en eenzijdige blindheid, kreeg bij besluit van 12 april 2002 een Wajong-uitkering geweigerd omdat hij op zijn achttiende verjaardag (1 juli 2000) minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn. Een latere aanvraag uit 2005 werd feitelijk niet in behandeling genomen. Op 24 mei 2011 vroeg appellant het Uwv opnieuw om een Wajong-uitkering, uitsluitend voor de toekomst, onder overlegging van onder meer een neuropsychologisch rapport uit 2009. Het Uwv wees deze aanvraag bij besluit van 25 juli 2011 af op de grond dat geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van art. 4:6 Awb waren aangevoerd; de rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond. Overwegingen — De Raad preciseert in r.o. 4.1 zijn eerdere rechtspraak en kiest uitdrukkelijk voor een nieuw beoordelingskader voor herhaalde aanvragen om een arbeidsongeschiktheidsuitkering. In r.o. 4.2.1 zet de Raad het systeem uiteen. Bij een doorlopende (periodieke) aanspraak moet voor de rechterlijk…