ECLI:NL:CRVB:2023:985

Centrale Raad van Beroep 2023-06-13 — Bestuursrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 13 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:985, zaaknummer 20/1733 PW, hoger beroep. Kernvraag — Is sprake van "zeer dringende redenen" als bedoeld in art. 16 lid 1 PW die het college verplichten bijzondere bijstand te verlenen voor kosten van fysiotherapie, ook al staat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening in de weg? En hoe dient het begrip "acute noodsituatie" in dat verband te worden uitgelegd? Feiten — Appellant is in september 2017 opgenomen met verlammingsverschijnselen als gevolg van het Guillain-Barré syndroom (GBS). Na revalidatietrajecten werd hij in november 2018 doorverwezen naar eerstelijns fysiotherapie. Hij diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor fysiotherapiekosten van € 478,65 over de periode november 2018 tot en met januari 2019. Het college wees de aanvraag af omdat de eerste 20 fysiotherapiebehandelingen op grond van het Besluit zorgverzekering bewust niet worden vergoed, zodat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening in de weg staat (art. 15 lid 1 PW) en van zeer dringende redenen geen sprake zou zijn. Appellant kon door een lopende minnelijke schuldregeling geen aanvullende zorgverzekering afsluiten en de behandelingen niet zelf bekostigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Overwegingen — De Raad stelt voorop dat tussen partijen uitsluitend in geschil is of sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in art. 16 lid 1 PW (r.o. 4.3). Onder het oude vaste recht was…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken