Centrale Raad van Beroep 2021-06-23 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 23 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1491, zaaknummer 19/155 WIA, hoger beroep. Kernvraag — Is het medisch onderzoek in de bezwaarfase voldoende zorgvuldig geweest wanneer appellante in zowel de primaire fase als de bezwaarfase uitsluitend is onderzocht door een niet als verzekeringsarts geregistreerde arts, terwijl de rapporten zijn medeondertekend door een geregistreerde (bezwaar en beroep-)verzekeringsarts zonder dat een spreekuurcontact met die verzekeringsarts heeft plaatsgevonden? Feiten — Appellante, werkzaam als pedagogisch medewerker, meldde zich op 2 januari 2016 ziek met cardiale klachten. In het kader van haar WIA-aanvraag bezocht zij op 17 november 2017 een niet als verzekeringsarts geregistreerde arts, die een FML opstelde. Diens rapport werd door een verzekeringsarts akkoord bevonden maar niet medeondertekend. Bij besluit van 1 december 2017 weigerde het Uwv een WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. In bezwaar verrichtte een arts bezwaar en beroep (evenmin geregistreerd als verzekeringsarts) dossierstudie en woonde de hoorzitting bij; zijn rapport van 1 maart 2018 leidde tot een aangepaste FML en werd medeondertekend door een verzekeringsarts bezwaar en beroep. Een spreekuurcontact met die verzekeringsarts bezwaar en beroep vond niet plaats. Het Uwv verklaarde het bezwaar ongegrond (arbeidsongeschiktheid 27,69%, nog steeds onder de 35%-drempel). De rechtbank verklaarde het beroep…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken