ECLI:NL:CRVB:2020:567

Centrale Raad van Beroep 2020-03-04 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 4 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:567, zaaknummer 18/5100 WMO15, hoger beroep. Kernvraag — Heeft het college de aanvraag om een maatwerkvoorziening begeleiding op grond van de Wmo 2015 mogen afwijzen wegens het niet verlenen van de vereiste medewerking aan het onderzoek? Feiten — Appellant (geboren 1959) ontving een pgb voor begeleiding op grond van de AWBZ, dat na inwerkingtreding van de Wmo 2015 zonder nader onderzoek is voortgezet. Op 14 maart 2017 vond een gesprek plaats in het kader van het onderzoek als bedoeld in art. 2.3.2 lid 1 Wmo 2015; dit gesprek leidde niet tot de benodigde informatieoverdracht. Het college stelde appellant nadien per brief van 20 maart 2017 en e-mail van 23 mei 2017 in de gelegenheid de benodigde informatie te verstrekken, maar appellant reageerde niet. Het college wees de aanvraag bij besluit van 12 juni 2017 af wegens het niet verlenen van medewerking; dit besluit werd in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep ongegrond. Overwegingen — De Raad stelt vast dat art. 2.3.8 lid 3 Wmo 2015 aan de besluitvorming ten grondslag ligt, op grond waarvan de cliënt verplicht is aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de wet (r.o. 4.1 en 4.3). Wat betreft het gesprek van 14 maart 2017 overweegt de Raad dat — wat ook zij van het eerst in hoger beroep ingenomen standpunt dat niet appellant maar de gemeentemedewerkers de ru…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken