Centrale Raad van Beroep 2015-11-26 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 26 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3803, zaaknummers 14/4389 WMO e.a., hoger beroep. Kernvraag — Is het college van B&W van Amsterdam bevoegd en gehouden om uitgeprocedeerde asielzoekers op grond van de Wmo maatschappelijke opvang te bieden, gelet op de internationaalrechtelijke verplichtingen voortvloeiend uit het EVRM en het Europees Sociaal Handvest? Feiten — Appellanten zijn drie uitgeprocedeerde asielzoekers die eind 2013 werden opgevangen in de Vluchthaven in Amsterdam, een pilot die uiterlijk op 31 mei 2014 eindigde. Zij verzochten het college tijdig om (continuering van) maatschappelijke opvang na die datum. Het college besliste niet tijdig; na ingebrekestellingen en ingesteld beroep nam het college op 10 juni 2014 afwijzende besluiten. Appellanten werd door de staatssecretaris opvang in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) aangeboden, onder de voorwaarde dat zij meewerkten aan vertrek; dit aanbod wezen zij af. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en wees de verzoeken om voorlopige voorziening af. Overwegingen — De Raad stelt voorop dat de rechtbank ten onrechte de beroepen niet-ontvankelijk heeft verklaard. Omdat het college tijdens de beroepsprocedure alsnog had beslist en die besluiten niet aan de bezwaren van appellanten tegemoet kwamen, had de rechtbank op grond van art. 6:20 lid 3 Awb de bestreden besluiten bij de beoordeling moeten betrekken. De aangevallen uitspr…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken