ECLI:NL:CRVB:2014:3263

Centrale Raad van Beroep 2014-09-24 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep (voorzieningenrechter), 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263, zaaknummer 14/2650 WMO-VV, voorlopige voorziening. Kernvraag — Heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht, door hangende het verzoek om voorlopige voorziening een feitelijke oplossing te bieden (toelating tot opvang), de verzoeker tegemoetgekomen in de zin van art. 8:75a Awb, zodat aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling? Feiten — Verzoeker kampte vanaf 25 april 2014 met een opvangprobleem. Het college was betrokken bij het zoeken naar een oplossing, maar omdat een oplossing uitbleef diende zijn advocaat op 9 mei 2014 een verzoek om voorlopige voorziening in. Hangende die procedure werd verzoeker alsnog toegelaten tot opvangcentrum [opvangcentrum] en ontving hij een wekelijkse toelage voor voedsel. Vervolgens trok de advocaat het verzoek op 10 juni 2014 in en verzocht hij om een proceskostenveroordeling ten laste van het college. Overwegingen — De voorzieningenrechter stelt voorop (r.o. 1) dat art. 8:75a lid 1 Awb via art. 8:84 lid 5 en art. 8:108 lid 1 Awb van overeenkomstige toepassing is op een ingetrokken verzoek om voorlopige voorziening in hoger beroep. Bij die overeenkomstige toepassing dient de vraag of het bestuursorgaan heeft tegemoetgekomen te worden gerelateerd aan het specifieke doel van de voorlopige voorzieningprocedure: het voorkomen van onevenredig nadeel hangende de bodemprocedure. Er is sprake van tegemoetkomen…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken