ECLI:NL:CRVB:2012:BX9932

Centrale Raad van Beroep 2012-10-09 — Bestuursrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 9 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9932, zaaknummer 10/7087 AOW, hoger beroep. Kernvraag — Moet een geregistreerde partner die nooit heeft samengewoond met haar partner en dat ook niet van plan is, voor de AOW als ongehuwd worden aangemerkt, dan wel is zij als gehuwde gerechtigd slechts tot het gehuwdenpensioen? Feiten — Appellante (geboren 1945) onderhoudt sinds 1984 een LAT-relatie met haar partner; zij wonen ieder op een eigen adres, zien elkaar tweemaal per week, gaan tweemaal per jaar samen op vakantie, ondernemen gezamenlijke activiteiten en hebben een gezamenlijke bankrekening. Op 9 september 2004 hebben appellante en haar partner een geregistreerd partnerschap aangegaan. De Svb heeft haar met ingang van februari 2010 een AOW-pensioen toegekend naar het bedrag voor gehuwden, omdat appellante en haar partner als geregistreerde partners gelijkgesteld worden met gehuwden en niet duurzaam gescheiden leven. Overwegingen — In r.o. 4.2 herhaalt de Raad de vaste rechtspraak over het begrip duurzaam gescheiden leven: daarvan is eerst sprake indien het een door beide betrokkenen, of één van hen, gewilde verbreking van de echtelijke samenleving betreft, waardoor ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt als ware hij niet met de ander gehuwd, en deze toestand door ten minste één van hen als bestendig is bedoeld. Dit criterium geldt ingevolge art. 1 lid 2 AOW op gelijke wijze voor geregistreerde partners. In r.o. 4.4 verwerpt de Raad…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken