Centrale Raad van Beroep 2012-08-17 — Bestuursrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 17 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX5908, zaaknummer 10/5647 Wajong, hoger beroep. Kernvraag — Was appellante op de dag dat zij 17 jaar oud werd (in 2004) ingezetene van Nederland in de zin van de Wajong, en had zij daarmee recht op een Wajong-uitkering? Feiten — Appellante, geboren in 1987 en in het bezit van de Nederlandse nationaliteit, woonde door werkzaamheden van haar vader van medio 1992 tot medio 1999 in Oman en van medio 1999 tot juni 2008 in Brunei. Het gezinshuis in Nederland werd bij vertrek verkocht. In 2004 verbleef appellante enige tijd in Nederland voor medische behandeling en revalidatie — en was daardoor ook op haar 17e verjaardag fysiek in Nederland — waarna zij terugkeerde naar Brunei. Het Uwv weigerde een Wajong-uitkering omdat appellante op haar 17e verjaardag geen ingezetene zou zijn geweest. De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep ongegrond. Overwegingen — De Raad stelt voorop dat het ingezetenschap moet worden beoordeeld aan de hand van art. 3 en art. 4 lid 1 Wajong zoals die golden in 2004: ingezetene is de natuurlijke persoon die in Nederland woont, waarbij de woonplaats naar de omstandigheden wordt beoordeeld (r.o. 4.2). Onder verwijzing naar de arresten van de Hoge Raad van 21 januari 2011 (LJN BP1466) en 4 maart 2011 (LJN BP6285) formuleert de Raad de toepasselijke maatstaf: het gaat erom of de omstandigheden van dien aard zijn dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de bet…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken