Centrale Raad van Beroep 2012-05-08 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 8 mei 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW5646, zaaknummers 10/3946 WWB en 10/3947 WWB, hoger beroep. Kernvraag — Hebben appellanten de inlichtingenverplichting van art. 17 lid 1 WWB geschonden door geen melding te maken van na de formele bedrijfsbeëindiging verrichte werkzaamheden, en kon het college op die grond de bijstandsaanvraag afwijzen? Feiten — Appellant dreef tot 1 november 2009 een garagebedrijf (APK-keuringen, reparaties en handel in gebruikte auto's). Op 4 november 2009 dienden appellanten een bijstandsaanvraag in onder vermelding van de bedrijfsbeëindiging. Sociale recherche trof appellant op 25 november 2009 in werkkleding aan in de werkplaats van het op hetzelfde adres gevestigde bedrijf van appellants moeder. Uit LIV-gegevens bleek dat appellant in de periode 2 tot en met 27 november 2009 voor dat bedrijf 174 kentekens APK had afgemeld en nog actief geregistreerd stond als bevoegd APK-keurmeester. Appellanten hadden deze werkzaamheden niet bij het college gemeld. Het college wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting; de rechtbank Haarlem verklaarde het beroep ongegrond. Overwegingen — De Raad stelt vast dat de verrichte werkzaamheden, gelet op hun aard en omvang (174 APK-afmeldingen in circa vier weken), op geld waardeerbare arbeid betreffen (r.o. 4.2). De stelling dat de werkzaamheden uit coulance zijn verricht en geen inkomsten hebben opgeleverd, doet niet af aan de schending van de inlichting…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken