Centrale Raad van Beroep 2011-04-15 — Bestuursrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 15 april 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1785, zaaknummer 10/2997 WW, hoger beroep. Kernvraag — Staat appellante tot P/flex in een privaatrechtelijke dienstbetrekking in de zin van art. 3 lid 1 WW, zodat zij als werknemer recht heeft op een WW-uitkering? Meer in het bijzonder: vormen de in het kader van een re-integratietraject verrichte activiteiten (cursussen volgen, solliciteren, bezoeken mobiliteitscentrum) arbeid in de zin van art. 7:610 BW? Feiten — Appellante werkte bij de gemeente Rotterdam op basis van een arbeidsovereenkomst in het kader van de ID-Regeling. Bij afschaffing van die regeling koos zij voor een tweejarige overeenkomst met P/flex, die door partijen werd aangeduid als "arbeidsovereenkomst (payroll-overeenkomst) voor bepaalde tijd". Die overeenkomst werd inhoudelijk ingevuld door Maatwerk Nederland B.V. als re-integratietraject, gericht op uitstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Het ID-dienstverband werd op verzoek van appellante beëindigd. Tot feitelijke productieve arbeid voor een inlener heeft de overeenkomst niet geleid; appellante volgde cursussen, verrichtte sollicitatieactiviteiten en bezocht het mobiliteitscentrum van Maatwerk. Na afloop van de overeenkomst werd haar een WW-uitkering geweigerd. Overwegingen — In r.o. 3.1 herhaalt de Raad de vaste maatstaf voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking: vereist zijn een verplichting tot persoonlijk verrichten van arbeid, een gezagsverhouding en een loondoorb…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken