ECLI:NL:CBB:2017:32

College van Beroep voor het bedrijfsleven 2017-01-16 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16 januari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:32, zaaknummer 14/422, hoger beroep. Kernvraag — Kunnen bospercelen die een melkveehouder bij de Gecombineerde Opgave heeft opgegeven als landbouwgrond, worden aangemerkt als tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond in de zin van artikel 1 lid 1 aanhef en onder m Msw, en is de opgelegde bestuurlijke boete wegens overschrijding van de gebruiksnormen terecht? Feiten — Appellant exploiteert een melkveehouderij en heeft bij de Gecombineerde Opgave 2009 vier bospercelen van in totaal 20,24 hectare opgegeven als bij zijn bedrijf in gebruik zijnde landbouwgrond. Op basis van een rapport van de AID heeft de staatssecretaris geconcludeerd dat appellant geen feitelijke beschikkingsmacht had over deze percelen en hem een bestuurlijke boete opgelegd van € 40.451,- wegens overtreding van artikel 7 jo. artikel 8 Msw. Appellant beschikte over een grondgebruiksverklaring en een overeenkomst gebruik land; het onderhoud van de percelen werd gemeenschappelijk door een loonbedrijf uitgevoerd, afwijkende opdrachten vereisten toestemming van de gebruikgever, en appellant heeft verklaard geen vee te hebben geweid en geen mest te hebben uitgereden op deze percelen. Overwegingen — Het College stelt voorop (r.o. 5.1–5.2) dat de overtreding van artikel 7 jo. artikel 8 Msw pas na afloop van het kalenderjaar 2009 kan worden vastgesteld, zodat titel 5.4 Awb inzake de bestuurlijke boete van toepass…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken