Rechtbank Noord-Nederland 2020-12-01 — Civiel recht; Verbintenissenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Noord-Nederland (kantonrechter, locatie Groningen), 1 december 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:4791, zaaknummer 8555485 / CV EXPL 20-3761. Kernvraag — Is de omzetting in vervangende schadevergoeding ex art. 6:87 BW rechtsgeldig geschied, nu de aannemer niet schriftelijk in gebreke is gesteld en de nakoming niet blijvend onmogelijk was? En is de opdrachtgever gehouden het resterende deel van de aanneemsom te voldoen? Feiten — Partijen sloten op 29 oktober 2018 een aannemingsovereenkomst voor het plaatsen van een badkamer voor € 4.982,- inclusief btw; het tegelwerk en sanitair werden door de opdrachtgever aangeleverd. De werkzaamheden werden in februari 2019 afgerond. Direct na oplevering klaagde de opdrachtgever over meerdere gebreken (verspringende tegels, oneffenheden, slecht kitwerk, onthechtingen). Een eerdere herstelpoging door de aannemer leverde niet het gewenste resultaat op. De opdrachtgever liet in november 2019 een expertiserapport opstellen waaruit diverse tekortkomingen bleken. De aannemer bood herhaaldelijk aan de gebreken te herstellen; de opdrachtgever weigerde hem telkens toe te laten. Van de overeengekomen aanneemsom betaalde de opdrachtgever € 3.000,-; een bedrag van € 1.482,01 bleef onbetaald. Overwegingen — De kantonrechter stelt voorop dat voor een rechtsgeldige omzetting in vervangende schadevergoeding op grond van art. 6:87 lid 1 BW vereist is dat de schuldenaar in verzuim verkeert (r.o. 5.2–5.3). Van blijvende onmogelijkheid va…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken