ECLI:NL:RBLIM:2026:7835

Rechtbank Limburg 30 juli 2026 — Civiel recht; Goederenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Limburg (voorzieningenrechter), 30 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:7835, zaaknummer C/03/353690 / KG ZA 26-257, kort geding. Kernvraag — Is voorshands voldoende aannemelijk dat ten behoeve van perceel [adres 1] een erfdienstbaarheid van overpad ten laste van perceel [adres 2] is ontstaan — door vestiging, bestemming of verjaring — zodat medewerking aan notariële inschrijving kan worden gevorderd? Feiten — Eisende partij is eigenaar van [adres 1] en heeft dit perceel per 29 juli 2026 verkocht. Tussen [adres 1] en [adres 2] (eigendom van gedaagden sinds 2004) ligt perceel [adres 3]. Aan de achterzijde van de drie percelen loopt een betegeld pad dat uitkomt op de openbare weg [straat 2]. In een onderhandse akte van juli 1944 zijn de toenmalige eigenaren een erfdienstbaarheid van uit- en toegang overeengekomen, maar deze is nooit ingeschreven in de openbare registers. In de leveringsakte van 2004 waarbij gedaagden [adres 2] verkregen, is melding gemaakt van een "recht van achterpad" ten behoeve van de bewoners van [adres 1] en [adres 3], dat "niet officieel als erfdienstbaarheid staat beschreven". Na de verkoop van [adres 1] ontstond bij de kopers onduidelijkheid over de aard van het recht, waarna zij financiële compensatie vorderden indien geen erfdienstbaarheid zou blijken te bestaan. Overwegingen — De voorzieningenrechter behandelt achtereenvolgens vier afzonderlijke afwijzingsgronden. Geen belang bij inschrijving (r.o. 4.3–4.5). Tussen partijen i…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken