Rechtbank Gelderland 25 juli 2019 — Civiel recht; Goederenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Gelderland (zittingsplaats Zutphen), 24 juli 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:3392, zaaknummer NL18.20823, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Is een onverharde landweg die al tientallen jaren door eigenaren van aangrenzende landbouwpercelen als uitweg werd gebruikt, voor 1992 bestemd tot buurweg in de zin van art. 719 oud BW, en zo ja, is aan dat recht nadien een einde gekomen? Feiten — Verweerder en derde partij (echtgenoten) zijn eigenaar van een perceel in het buitengebied van [woonplaats]. Over de noordkant van hun perceel loopt een onverharde landweg van circa 15 meter die aansluit op een gemeenteperceel en uitkomt op de [straat X]. Eiser is eigenaar van aangrenzende landbouwpercelen en gebruikt deze landweg al jaren als uitweg. In maart 2018 hebben verweerder en derde partij de landweg afgesloten met een touw. In hun brief van 18 april 2018 erkenden zij dat eiser decennialang gebruik had gemaakt van de landweg, maar stelden zij dat aan dat recht een einde was gekomen omdat een alternatieve route beschikbaar zou zijn. Overwegingen — De rechtbank gaat allereerst in op de procesrechtelijke kwestie of derde partij (de echtgenote) rechtsgeldig in de procedure is betrokken. Op grond van art. 30g Rv is een derde opgeroepen voor de zitting; zij is verschenen en heeft het woord gevoerd. De bezwaren over de wijze van oproeping worden verworpen: het KEI-procesrecht kent geen vaste roldatum en er geldt geen fatale termijn voor oproeping van een derde. Om…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken