Hoge Raad 2020-12-01 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1890, zaaknummer 18/05580, cassatie. Kernvraag — Wanneer kunnen aan vormverzuimen bij het voorbereidend onderzoek rechtsgevolgen worden verbonden op grond van art. 359a Sv, en welke maatstaven gelden voor strafvermindering, bewijsuitsluiting en niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie? Daarnaast was in de concrete zaak aan de orde of de aanhouding en uitzetting van de verdachte in Venezuela en de gebrekkige informatieverstrekking door het openbaar ministerie grond opleverden voor niet-ontvankelijkverklaring. Feiten — De verdachte is op 14 januari 2011 aangehouden in Venezuela naar aanleiding van een internationale signalering en vervolgens op 21 maart 2011 door de Venezolaanse autoriteiten uitgezet op grond van hun immigratiewetgeving. Hij is overgebracht naar Nederland en daar op 22 maart 2011 aangehouden. De verdediging voerde aan dat de uitleveringsprocedure was omzeild en dat het openbaar ministerie onjuiste, tegenstrijdige, onvolledige en te late informatie had verstrekt over de uitleverings-/uitzettingskwestie en over in Venezuela verrichte opsporingshandelingen. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf voor – kort gezegd – voorbereiding en bevordering van handel in verdovende middelen (art. 10a Opiumwet). Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de aanhouding en uitzetting door de Venezolaanse autoriteiten niet tot het voorbereidend onderzoek in de zin van art. 35…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken