ECLI:NL:HR:2018:511

Hoge Raad 2018-04-06 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:511, zaaknummer 17/01852, cassatie (principaal en incidenteel). Kernvraag — Levert de heffing van inkomstenbelasting in box 3 over de waarde van aandelen op de peildatum 1 januari 2013, terwijl die aandelen op 1 februari 2013 door de Staat werden onteigend en de belastingplichtige daarna nauwelijks inkomen had, een individuele en buitensporige last op in de zin van art. 1 EP? En zo ja: was het hof bevoegd de box 3-regels van de art. 5.2 en 5.3 Wet IB 2001 tijdsevenredig toe te passen als rechtsherstel? Feiten — Belanghebbende (geboren 1935, alleenstaand) verkocht in januari 2013 zijn aandelenportefeuille [A] (waarde op 1 januari 2013: € 275.434) en kocht op 31 januari 2013 voor € 290.955 aandelen SNS Reaal. Op 1 februari 2013 werden deze aandelen onteigend bij besluit van de Minister van Financiën op grond van art. 6:2 lid 1 Wft; de schadeloosstelling is bij de Ondernemingskamer aanhangig, waarbij de Minister vaststelling op nihil heeft gevraagd. Bij de aanslagregeling IB/PVV 2013 werd de waarde van de aandelen [A] per 1 januari 2013 (€ 275.434) volledig in de rendementsgrondslag van box 3 betrokken, resulterend in een belastbaar inkomen uit box 3 van € 10.431 en een box 3-heffing van € 3.129. Als gevolg van deze heffing kwam het inkomen van belanghebbende onder de wettelijk omschreven armoedegrens te liggen en viel hij buiten de huurtoeslag. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de toepassing van art. 5.2 en 5.3 We…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken