ECLI:NL:HR:2016:733

Hoge Raad 2016-04-26 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733, zaaknummer 15/00447, cassatie. Kernvraag — Wanneer kan een natuurlijk persoon als feitelijke leidinggever aan een door een rechtspersoon begaan strafbaar feit strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld in de zin van art. 51 lid 2 onder 2° Sr, en welke eisen gelden daarvoor ten aanzien van opzet? Feiten — De Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningschap Oost-Twente (GR WOT) heeft over de periode april 2000 tot en met oktober 2003 opzettelijk onjuiste kwartaalaangiften loonbelasting en premie volksverzekeringen ingediend. De onjuistheid bestond eruit dat de aan algemeen directeur [betrokkene 1], althans diens persoonlijke vennootschap [B] BV, betaalde beloningen niet als loon werden verantwoord. Verdachte was in de tenlastegelegde periode achtereenvolgens voorzitter van het dagelijks bestuur en voorzitter van de vergaderingen van GR WOT, en was nauw betrokken bij het opzetten van een constructie waarmee [betrokkene 1] zijn werkzaamheden kon voortzetten zonder fiscaal als werknemer van GR WOT te worden aangemerkt. Oordeel hof — Het hof veroordeelde de verdachte wegens feitelijke leidinggeven aan de door GR WOT gepleegde onjuiste aangiften. Het hof achtte bewezen dat de verdachte nauw betrokken was bij het creëren van de fiscale constructie, ervan op de hoogte was dat deze tot onjuiste aangiften zou leiden, en dat hij daarvoor – ondanks het ontbreken van een formeel bestuurlijk mandaat na 2000 – als feiteli…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken