ECLI:NL:HR:2014:1176

Hoge Raad 2014-05-20 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 20 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1176, zaaknummer 13/00950, cassatie. Kernvraag — Kan het bewezenverklaarde opzet op mishandeling worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen, en mogen verklaringen van de verdachte die de rechter onaannemelijk acht worden opgenomen in de bewijsmiddelen? Feiten — Verdachte, militair, raakt in de nacht van 1 op 2 november 2011 te Zeist verwikkeld in een verbale confrontatie met de ex-man van zijn vriendin. Nadat hij zijn spullen had gepakt en naar zijn auto was gelopen, keerde hij terug, haalde een baksteen uit de erfgrens en gooide deze met kracht. Het slachtoffer stond op circa 4 meter afstand in of bij de voordeur en werd aan het linker scheenbeen geraakt (snijwond van circa 4 cm, gehecht). Verdachte verklaarde te hebben gemikt op de voet van een boom die in de lijn van de deur stond en het slachtoffer te hebben gemist. Oordeel hof — Het hof verwierp de lezing van de verdachte dat hij op de boom mikte en het slachtoffer niet had zien staan. Op grond van de aangifte — het slachtoffer had verdachte gevraagd of hij de steen naar hem zou gooien, waarop verdachte bevestigend antwoordde — oordeelde het hof dat verdachte opzettelijk en met kracht een steen in de richting van het slachtoffer heeft gegooid. Het hof veroordeelde verdachte voor opzettelijke mishandeling. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 2.4 de maatstaf voor het gebruik van niet in de bewijsmiddelen vermelde feiten en omstandigheden: Kernoverwegi…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken