ECLI:NL:CRVB:2020:559

Centrale Raad van Beroep 2020-03-04 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 4 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:559, zaaknummer 18/3842 WW, hoger beroep. Kernvraag — Kon appellant aan de in het WW-toekenningsbesluit vermelde (onjuiste) einddatum het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat hij tot en met die datum recht had op een WW-uitkering? Feiten — Het Uwv kende appellant bij besluit van 21 december 2016 een WW-uitkering toe met als einddatum 11 juli 2017. Bij afzonderlijk besluit van 20 januari 2017 verleende het Uwv toestemming om met behoud van WW-uitkering in Polen werk te zoeken tot en met 11 april 2017, met de uitdrukkelijke mededeling dat de WW-uitkering na 11 april 2017 stopt. Op 11 mei 2017 vroeg appellant opnieuw een WW-uitkering aan en gaf daarbij zelf 11 april 2017 als eerste werkloosheidsdag op. Het Uwv trok vervolgens het besluit van 21 december 2016 in en stelde bij besluit van 9 juni 2017 de einddatum vast op 11 april 2017. Overwegingen — De Raad verwijst in r.o. 4.1 naar de driestapentoets voor het vertrouwensbeginsel zoals ontwikkeld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1694), in navolging van de conclusie van de staatsraad advocaat-generaal van 20 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:896), en door de Raad zelf gevolgd bij uitspraak van 31 december 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:4351). De eerste stap van die toets vereist dat de betrokkene aannemelijk maakt dat van de zijde van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zij…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken