Raad van State 2020-11-11 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706, zaaknummer 201906841/1/R1 (overzichtsuitspraak; eerste aanleg meervoudig). Kernvraag — In welke gevallen staat het relativiteitsvereiste van art. 8:69a Awb in de weg aan vernietiging van een omgevingsrechtelijk besluit, en hoe verhoudt dat vereiste zich tot het beschermingsbereik van de meest voorkomende omgevingsrechtelijke normen? Daarnaast: dient het beroep van [appellant] tegen het bestemmingsplan "Twiske Zuid II" te slagen? Feiten — De raad van Amsterdam stelde op 10 juli 2019 het bestemmingsplan "Twiske Zuid II" vast, dat de actualisatie betreft van een eerder plan dat voorziet in 157 woningen in Kadoelen en Oostzanerwerf. Van die woningen zijn er 120 gerealiseerd en voor de overige 37 is een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend. [Appellant] woont ten westen van het plangebied en heeft bezwaren tegen de woningbouw op het Tiemstra-terrein nabij zijn woning en tegen de in het plan opgenomen damwanden. Omdat zijn beroep vragen over het relativiteitsvereiste opwerpt die in de rechtspraktijk leven, geeft de Afdeling eerst een overzichtsuitspraak over de toepassing van art. 8:69a Awb in het omgevingsrecht. Overwegingen — De Afdeling geeft een overzicht op hoofdlijnen. De hieronder weergegeven rechtsregels zijn ontleend aan de overwegingen 4.1 tot en met 11.6 respectievelijk 14 tot en met 20. Algemeen (r.o. 4.1–4.11) Art. 8:69a Awb is per 1 januari 2013 in…