ECLI:NL:PHR:2023:31

Parket bij de Hoge Raad 2023-01-06 — Civiel recht; Arbeidsrecht

Samenvatting

Samenvatting conclusie P-G (HR, 6 januari 2023) Kernvraag Moet de opdrachtgever (koper van een jacht) de werf (aannemer) de gelegenheid geven om gebreken aan het jacht te herstellen op grond van art. 7:759 lid 1 BW, of kan dit gelet op de omstandigheden niet van hem worden gevergd? Feiten (kort) De werf bouwde een jacht voor €158.500,-. Na oplevering (2013) bleken meerdere gebreken: coating/verfproblemen en een onterecht aangebrachte CE-markering. De werf bood herstel aan via een PCA-traject onder toezicht van een onafhankelijke keuringsinstantie (DMI). De opdrachtgever weigerde, stelde de overeenkomst buitengerechtelijk vernietigd en vorderde ontbinding en terugbetaling van de koopsom. Oordeel hof (bekrachtigd door rechtbank) Het hof oordeelde dat herstel van het jacht van de opdrachtgever gevergd kan worden omdat: De gebreken technisch (100%) herstelbaar zijn; Via een PCA-traject onder toezicht van een onafhankelijke notified body alsnog een geldige CE-markering verkregen kan worden; Niet is aangetoond dat herstel niet binnen redelijke termijn kan worden voltooid (werf bood herstel binnen ca. 4-6 weken buiten het vaarseizoen aan). Cassatieklachten opdrachtgever 1. Het hof hanteerde een onjuiste maatstaf door geen belangenafweging te maken en de stelplicht volledig bij de opdrachtgever te leggen. 2. Het oordeel over de redelijke hersteltermijn is onvoldoende gemotiveerd. Conclusie P-G (strekt tot verwerping) Art. 7:759 lid 1 BW vereist geen wederzijdse belangenafweging; de…