Hoge Raad 2017-04-07 — Civiel recht; Insolventierecht
Samenvatting HR 7 april 2017 (Jongepier q.q. / Drieakker c.s.) Kernvraag Kan de curator het zogenoemde "overwaarde-arrangement" vernietigen op grond van de Pauliana (art. 42 Fw) of buiten toepassing laten op grond van art. 54 Fw? Het arrangement hield in dat de bank zich borg stelde voor de contragarantie die de [A]-groep had verstrekt aan Drieakker, in ruil voor een door Drieakker gestelde bankgarantie van € 500.000 ten gunste van pensioenfonds PGB. Overwegingen Hoge Raad Art. 42 Fw – wetenschap van benadeling Het hof paste een onjuiste maatstaf toe door te beoordelen of het faillissement "onafwendbaar" was en de reorganisatie "gedoemd te mislukken." De juiste maatstaf (ABN AMRO/Van Dooren q.q. III) is of het faillissement en een tekort daarin met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien, ook als de handeling plaatsvindt in het kader van een reorganisatiepoging. Dit onderdeel slaagt. Art. 54 Fw Het oordeel hierover bouwde voort op het onjuiste art. 42 Fw-oordeel en deelt daarom hetzelfde lot. Rechtsverwerking Het hof oordeelde dat de curator zijn recht had verwerkt door tijdens interviews te zeggen dat het "er goed uitzag" voor Drieakker, zonder voorbehoud. De Hoge Raad verwerpt dit: voor rechtsverwerking zijn bijzondere omstandigheden vereist die gerechtvaardigd vertrouwen wekken dat het recht niet meer geldend wordt gemaakt. De betreffende uitlating ("volgens mij ziet het er goed uit") is daartoe onvoldoende, ook in combinatie met het tijdsverloop van a…