ECLI:NL:GHARL:2023:6369

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2023-07-28 — Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (zittingsplaats Leeuwarden), 28 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6369, zaaknummer 200.267.420/01, hoger beroep Wahv. Kernvraag — Welke compensatie is aangewezen bij overschrijding van de redelijke termijn van berechting in een Wahv-zaak, en op welke wijze dienen de proceskosten in Wahv-zaken te worden vergoed wanneer het sanctiebedrag wordt gematigd? Feiten — Aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 380,- wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare gehandicaptenparkeerkaart (3 oktober 2018, Tegelseweg Venlo). Uit een aanvullend proces-verbaal bleek dat abusievelijk een verkeerde datum was ingevoerd; de gedraging vond plaats op 2 oktober 2018. De betrokkene had zijn zieke echtgenote — die beschikt over een geldige gehandicaptenparkeerkaart — met een vervangende auto naar huis gebracht nadat het oorspronkelijke voertuig niet startte; daarbij was vergeten de gehandicaptenparkeerkaart in de vervangende auto te leggen. De kantonrechter matigde de sanctie tot € 190,- en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene stelde op 8 oktober 2019 hoger beroep in. Overwegingen — Het hof stelt vast dat de gedraging plaatsvond op 2 oktober 2018 (r.o. 5). Het vergeten van de gehandicaptenparkeerkaart in de vervangende auto komt voor rekening van de betrokkene; van een situatie zonder verwijtbaarheid is geen sprake, zodat oplegging van de sanctie billijk is (r.o. 7). De ka…