Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2020-04-28 — Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (zp Leeuwarden), 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3336, zaaknummer 200.220.288, hoger beroep (Wahv). Kernvraag — Kan de beslissing van de kantonrechter in stand blijven wanneer het zittingsproces-verbaal geen zakelijke weergave bevat van de conclusie van de vertegenwoordiger van de officier van justitie? En in hoeverre bestaat aanspraak op proceskostenvergoeding wanneer de beslissingen van kantonrechter en officier van justitie worden vernietigd wegens procedurele gebreken, maar het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond wordt verklaard? Feiten — Aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 230,- wegens het niet stoppen voor rood licht op de Stadhouderskade te Amsterdam op 11 juli 2015. De kantonrechter verklaarde het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond, vernietigde die beslissing, en verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond. In hoger beroep voerde de gemachtigde aan dat het zittingsproces-verbaal niet de zakelijke inhoud van afgelegde verklaringen en de conclusie van de vertegenwoordiger van de officier van justitie bevatte, en dat de officier van justitie heeft nagelaten de foto's van de gedraging toe te zenden. Overwegingen — Het hof stelt in r.o. 2-3 vast dat van het verhandelde ter zitting een proces-verbaal met zakelijke weergave van het voorgevallene moet worden opgemaakt, inclusief de conclusie van de ter zitting aanwezige vertegenwoo…