Rechtbank Amsterdam 2021-10-07 — Strafrecht; Internationaal strafrecht
Instantie en datum — Rechtbank Amsterdam (Internationale Rechtshulpkamer), 7 oktober 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:5759, zaaknummer 13/751804-21, eerste aanleg meervoudig (overleveringsprocedure ex art. 23 OLW). Kernvraag — Moet de overlevering van de opgeëiste persoon aan België worden toegestaan op grond van een Europees aanhoudingsbevel, en zo ja, voor welke feiten? Meer in het bijzonder: is de feitomschrijving in het EAB genoegzaam en bieden de afgegeven detentiegaranties voldoende bescherming tegen een onmenselijke of vernederende behandeling? Feiten — Op 27 juli 2021 vaardigde de onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, een EAB uit ter fine van strafrechtelijk onderzoek tegen de opgeëiste persoon (Belgische nationaliteit, geboren 1991). Het EAB heeft betrekking op drie feiten: (1) teelt van verdovende middelen met verzwarende omstandigheden, (2) gewapende weerspannigheid (met een voertuig inrijden op de politie na een confrontatie), en (3) deelname aan een criminele vereniging die opgericht werd om op personen of goederen wanbedrijven te plegen. De rechtbank had eerder bij uitspraak van 22 juni 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:3243) vastgesteld dat in bepaalde Belgische penitentiaire instellingen, waaronder Gent, een reëel gevaar op onmenselijke behandeling bestaat in verband met grondslapers en niet-afgeschermde toiletten in meerpersoonscellen. Overwegingen — Over de genoegzaamheid van de feitomschrijving (r.o. 3.1) overweegt de rechtban…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken