ECLI:NL:HR:2020:1674

Hoge Raad 2020-10-23 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 23 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1674, zaaknummers 16/03954, 17/02428 en 19/01141, prejudiciële beslissing. Kernvraag — Heeft een in het buitenland gevestigd beleggingsfonds op grond van art. 63 VWEU recht op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting op gelijke voet als een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling (fbi), en zo ja, onder welke voorwaarden en met inachtneming van welke berekeningswijze? Feiten — Köln-Aktienfonds Deka is een naar Duits recht opgericht en in Duitsland gevestigd beleggingsfonds (Sondervermögen, icbe). Het fonds belegde onder meer in aandelen in Nederlandse vennootschappen en ontving hierop dividenden waarover Nederland op grond van art. 13 van het belastingverdrag Nederland-Duitsland 15% dividendbelasting heeft ingehouden, in totaal voor vijf boekjaren (2002/2003 tot en met 2007/2008) ten bedrage van in totaal circa € 690.810,-. Het fonds was in Nederland niet inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting en was in Duitsland vrijgesteld van winstbelasting. Nederlandse dividendbelasting kon door particuliere participanten in Duitsland geheel of gedeeltelijk worden verrekend. De Inspecteur wees de verzoeken om teruggaaf af. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelde in drie rondes (2016, 2017 en 2019) prejudiciële vragen aan de Hoge Raad, die op zijn beurt deels prejudiciële vragen heeft voorgelegd aan het HvJ EU. Het HvJ EU deed uitspraak in het arrest Fidelity Funds (C-480/16, 21 juni 2018) en het arrest Deka (C-156…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken