Centrale Raad van Beroep 2009-11-19 — Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Samenvatting uitspraak CRvB 19 november 2009 Kernvraag Heeft betrokkene, een voormalig politiemedewerker van de regio Amsterdam-Amstelland, recht op toepassing van het zogenoemde coulance-aanbod (bevordering tot hoofdagent) uit 2000 dan wel de minnelijke regeling uit 2005, in het kader van de zogeheten "6/7 kwestie" over salarisindeling? Achtergrond Betrokkene werkte bij de Amsterdamse politie maar was op 6 april 2000 – de peildatum voor het coulance-aanbod – niet meer in dienst van de regio Amsterdam-Amstelland. Zijn verzoek om toch in aanmerking te komen voor het coulance-aanbod was al eerder onherroepelijk afgewezen (uitspraak rechtbank Amsterdam 2003, waartegen geen hoger beroep is ingesteld). In 2005 werd een minnelijke regeling getroffen voor nog procederende medewerkers, maar betrokkene stelde ook hierop aanspraak te hebben. Overwegingen van de Raad Vertrouwensbeginsel: Betrokkene beriep zich op een overweging ten overvloede van de rechtbank Assen (2002) als basis voor gerechtvaardigd vertrouwen. De Raad verwerpt dit: er zijn geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen gedaan door een bevoegd orgaan. Uit de uitspraak van de rechtbank Amsterdam (2003) had betrokkene moeten begrijpen dat zijn zaak finaal was afgerond. Door geen hoger beroep in te stellen, heeft hij dit risico zelf gedragen. Gelijkheidsbeginsel: De minnelijke regeling uit 2005 was beperkt tot specifieke groepen medewerkers. Betrokkene behoorde daar niet toe. Gelet op het onverpl…